Alkmaar, Nederland

Wanneer

zijn geest rusteloos

poëzie wil lezen

gaat hij op weg

naar de paden,

de zanderige oevers

gevormd door de handpalmen van golven

Het schijnt hem toe

dat hij de voetzolen van zijn inlevingsvermogen

zet op de aarde van het gedicht

en voelt-

de tederheid van het vers

op de bladzijde van de wereld

Wanneer

zijn geest rusteloos

poëzie wil leven

gaat hij op pad

naar de groene wegen

waar de wind zijn haren streelt,

zijn voorhoofd beroert

Aangeraakt, besprenkeld

met affectie, liefde

Zijn ogen

veranderen

op het strand:

drinken uit holle handen

de indruk die liefde achterliet

in de golven van de zee

De handpalmen van de wind

vinden zijn handen

en hij voelt:

dan weer de genegenheid van de aarde

dan weer de handdruk van zijn geliefde

Zelfs wanneer hij alleen is

slaat hij de wind om,

haar vochtigheid,

en is niet langer alleen

Van binnen

omhult hij: schepping

zijn ziel verzadigd

als nam hij in zijn lichaam

de vijf elementen op

om een lichaam van liefde te creëren

dat altijd bij hem moge blijven

adem gelijk

dat hij kan voelen

als zijn harteklop

dat hij kan horen

als de muziek van zijn ziel

om het leven tot een melodie te vormen

Geschiedenis

is zijn eerste liefde

omdat

de geschiedenis zelf

hem het leven schonk

waarin hij staat:

als een getuige

van het maken van geschiedenis van zijn eigen tijd

Poëzie is zijn

hartsgezel:

die hem opbeurt

bij verdriet;

hem wegvoert

van twijfel

en die hij altijd bij zijn zijde vindt

wanneer hij haar nodig heeft