Aan de zon

geef ik jouw warmte

Aan de rivier

draag ik jouw koelte op

Aan de wind

sta ik jouw lente af

Aan de bloemen

geef ik de kleur van jouw lippen

Aan de bomen

de hoogte van jouw aanraking

Aan de aarde

jouw geur van [van verse klei]

Aan de natuur

geef ik de aanraking van jouw ademhalen

In de tuin

plant ik de onvergankelijke banyanboom van jouw vertrouwen

Van jouw schoonheid

maak ik een teder beeld van liefde

dat stilletjes komt vertellen van

jouw onschuldige, ongeboren wensen zijn

jouw zoete, onbekende dromen

de eenzame monoloog van jouw dag

het deerniswekkend, eenzaam huilen van jouw nachten

Jouw geloof schenk ik aan

het beeld in de tempel

Aan God

de krachtige zuiverheid van goddelijke natuur

na de ontmoeting met jou